Weduwe Becker – De Luikse seriemoordenares

Wie bij enge seriemoordenaars meteen denkt aan monsters als Jack the Ripper of Ted Bundy, moet zijn visie –na het lezen van dit artikel- wellicht toch bij gaan stellen.

Eén van Belgisch allergrootste seriemoordenaars was namelijk geen enge lustmoordenaar, maar een hebberig Luiks vrouwtje van in de vijftig: Marie Petitjean, beter bekend als La Veuve Becker, ofwel weduwe Becker.

We praten hier niet over een overlevering uit lang vervlogen tijden, maar over een moderne gifmengster die in de jaren dertig van de twintigste eeuw ten minste elf mensen heeft vermoord en daarnaast nog wat vruchteloze pogingen heeft ondernomen dat aantal op te schroeven. Ze woonde en handelde in het levendige stadscentrum van Luik alwaar ze er een eveneens levendig bestaan op nahield, zij wel.

Onze hoofdrolspeelster wordt In 1879 geboren in een dorpje vlakbij Landen en verhuist op 16 jarige leeftijd naar de Rue Saint-Pholien op Outremeuse in Luik, alwaar een tante woont.

Aangetrokken door het –toen al- interessante nachtleven, weet Marie al snel hoe en waar ze de bloemetjes buiten moet zetten. Overdag een vlijtige kleermaakster die gestaag de maatschappelijke ladder opklimt, ’s nachts een heuse verleidster die maar niet genoeg kan krijgen van het mannelijk schoon. Hoeveel mannen ze door de jaren heen verslijt is niet bekend (ze lijkt verslaafd aan lichamelijke geneugten), maar duidelijk is dat een heus huwelijksbootje haar vrolijke levenstijl absoluut niet heeft afgeremd.

Begin jaren dertig sterft haar echtgenoot monsieur Becker, en blijft de weduwe ‘alleen’ achter in haar huis aan de Rue Donceel 16. Natuurlijk blijft ze er haar gebruikelijke portie minnaars op na houden, waaronder een jonge gast wiens gunsten ze bij wijze van spreken eenvoudigweg koopt.

Om deze dure minnaar en haar eigen levensstijl te kunnen bekostigen blijken haar eigen financiële middelen echter ontoereikbaar, maar daar heeft ons akelig vrouwtje Becker wel een oplossing voor….

Ze knoopt vriendschappen aan met rijke, maar oude vrouwen, wie ze een tijd lang bezoekt en verzorgt, om ze vervolgens met gif om het leven te brengen. Natuurlijk staat ze in hun testament vermeld, en zoniet vervalst ze de boel toch gewoon. Ook juwelen en contanten worden gretig ontfutseld van de overledene, die enkele momenten eerder nog zo onschuldig aan een kopje (gif)thee zat te nippen.

Na tussen 1933 en 1936 dus zeker elf dodelijke slachtoffers te hebben gemaakt, wordt ze middels een anonieme tip en een daaruit voortvloeiende hinderlaag, uiteindelijk op heterdaad betrapt.

Na een roerig proces, wat de internationale gemoederen lang bezig houdt, wordt ze in 1938 tot de doodstraf veroordeeld. Deze wordt echter al jaren niet meer actief toegepast, waardoor ze uiteindelijk voorgoed achter de tralies én –door de naderende oorlog- van het wereldtoneel verdwijnt. In 1942 sterft ze een eenzame, al tijdens het leven vergeten dood.

Haar huis aan de Rue Donceel 16 staat er nog steeds (en is verder geen toeristische attractie, dus laat de bewoners vooral met rust…)