Parc de la Boverie

Het is eventjes wandelen,  maar dan heb je ook écht wel wat ; Parc de la Boverie, gelegen aan het uiteinde van Outremeuse, vormt al meer dan 150 jaar toevluchtsoord voor rustzoekers, puike studenten, romantici, kunstliefhebbers, sportievelingen, picknickende families etc, etc.

Het gebied zelf wordt al vanaf de 14e eeuw geroemd als groene oase van rust, maar het heeft tot de tweede helft  van de 19e eeuw geduurd voordat het definitief werd omgetoverd tot stadspark, alwaar het nog altijd uitstekend vertoeven is.

Het park bestaat uit twee gedeeltes;

  • Het noordelijk gelegen ‘Jardin d’acclimatation’, met schaduwrijke grasvelden, een alleraardigste eendenvijver, een grote volière zonder vogels (begin 20e eeuw stond er een berenkooi) en een speelgedeelte voor de kids. De voetgangersbrug -La Belle Liégeoise- die het park met Quartier Guillemins verbindt, is gloednieuw.
  • Het zuidelijk gelegen ‘Roseraie’, de rozentuin, met netjes aangelegde paden, pergola’s, veel rozenstruiken en brede stroken gras die uitzicht bieden op Maas en stad aan de overzijde. Langs de Maas loopt de ‘Ravel’ , een fiets- en wandelroute die onderdeel uitmaakt van een groot Waals netwerk.

Tussen de Jardin d’Acclimatation en de Roseraie bevindt zich LA BOVERIE, het onlangs volledig opgeknapte museum voor schone kunsten, wat nu ook een gloednieuwe expo-ruimte herbergt . Het indrukwekkende gebouw werd in 1905 opgetrokken voor de wereldtentoonstelling die dat jaar in Luik plaatsvond en is tevens het enige gebouw dat de tand des tijds heeft doorstaan. Geregeld herbergt het grote exposities van internationale allure die erom vragen gezien te worden.

 Praktisch:

  • In het park zelf vind je geen toiletten, wel vervelend als je net een flesje wijn hebt opgedronken of aan het pinten bent gegaan met vrienden. Geen nood; de museumtoilletten bieden uitkomst.
  • Er zijn geen kiosken of winkeltjes in het park zelf, maar je vindt wel een tweetal kruidenierswinkeltjes aan het begin van Rue du Parc.
  • Terrasje pikken in het park? Dat kan bij de brasserie van het museum of bij het clubhuis van de roeivereniging, zie hieronder (uitzicht op de Maas, heerlijk rustig, zelfs onbekend bij menig Luikenaar).

Interessante weetjes:

  • Eind 19e eeuw stond op de plaats waar de rozentuin zich nu bevindt, een vélodrome. De allereerste editie van de wielerklassieker Luik-Bastenaken-Luik zou er van start zijn gegaan!
  • Dit vélodrome deed tevens dienst als voetbalstadion: FC Liège en vervolgens Standard Liège (dé voetbalclub van Luik) hadden hier begin 20e eeuw hun thuisbasis.
  • Vlakbij het Palais de Congres, in de Jardin d’Acclimatation staat een vreemde metalen toren van 52 meter hoog, de ‘Tour Cybernétique’, een kunstwerk van de Frans-Hongaarse Nicolas Schöffer. Het wordt aangestuurd door een soort electronisch brein dat prikkels omzet in licht, geluid en beweging. Dat mag simpel klinken, maar het was revolutionair in 1961, toen het werd gebouwd. Leuk is dat iedereen sindskort middels twitter en een speciale app toegang heeft tot het brein, en de toren zo zelf kan beinvloeden. Vooral in de avonduren erg betoverend om te zien. Meer inormatie vind je hier
  • Mocht je je afvragen wie of wat zich in het gebouwtje op de zuidpunt bevindt; het is het clubgebouw van l’Union Nautique, de roeivereniging. Zij heeft een eigen restaurant, wat tijdens lunchtijd geopend is (in de zomer ook op woensdag-, vrijdag- en zaterdagavond zegt de website). Je hoeft geen lid te zijn om op hun heerlijke -vrijwel onbekende- terras aan de waterkant van een hapje en drankje te genieten!
  • Er wordt hard getimmerd aan het gebouw van nog een andere -voormalige- watersportvereniging. Hier wordt door een aantal consulaten gewerkt aan een culturele, kunstzinnige stek voor breed publiek. Het kindje gaat Villa Consulaire heten. Wordt vervolgd…
  • In het park, vlakbij de vijver tref je een wat onnatuurlijke heuvel aan. Op de heuvel bevindt zich een monument voor een verzetsheld uit de Vietnam-oorlog, onder de heuvel ligt een oude vergeten ijskelder uit de 19e eeuw, die tijdens de tweede wereldoorlog nog dienst heeft gedaan als schuilkelder. Helaas enkel te bezichten tijdens de jaarlijkse ‘journées du patrimoine’.