Horeca Survivaltips

Het Luikse horeca-leven induiken is niet zo moeilijk: kwestie van ergens aan een bar of op een terras gaan hangen et voila, de rest gaat bijna vanzelf: voordat je het weet ben je een paar pinten en lekkere hapjes verder.

Toch kan het zijn dat je –al niksvermoedend nippend aan je gerstensapje-  bloot staat aan extreem  gevaarlijke situaties waarvan je het bestaan niet eens kon vermoeden.  We doelen op akelige plaatselijke gewoontes waar we je als buitenstaander graag vooraf even voor waarschuwen….

Enkele survivaltips:

Sluitingstijden:
Men kan van New York wel zeggen ‘the city that never sleeps’ maar dat is natuurlijk de grootste bullshit. Om twee uur zijn de kroegen er toch écht gesloten. Nee, die Frank Sinatra had zijn hersenpannetje moeten gebruiken toen hij  zijn lofzang de wereld inzong, want als we het over een stad hebben ‘die never sleeps’, is de naam Luik veel toepasselijker dan dat Amerikaanse provinciestadje aan de Oostkust. In Luik kun je écht 24 uur per etmaal op stap, zelfs 24 uur per etmaal in een restaurant eten. Er zijn genoeg kroegen die de hele nacht open zijn en genoeg horeca-gelegenheden die weer heel vroeg ’ s morgens open gaan. Daarnaast zijn er nog zelfs café’s  en restaurants die écht altijd open zijn. Dat is geweldig, maar ook wel eens leipe soep; je denkt ’s avonds even een glaasje te drinken en wanneer je naar buiten wandelt is de nieuwe dag allang weer begonnen.

Bediening:
Het moet gezegd worden, de terrasbediening in Luik is soms –eigenlijk best heel vaak- afgrijselijk  langzaam naar Nederlandse begrippen.  De ober ziet je gewoon niet zitten of heeft het heel druk met één tafeltje per keer bedienen. Hoe je ook zwaait, roept of op andere opzichtige manieren aandacht probeert te trekken, het wilt maar niet. Je vraagt je af of de toko uberhaupt wel zin heeft in klanten. Dit is echt heel veel voorkomend, dus zie het vooral maar als als een typisch cultureel trekje van de inheemse bevolking  (je kunt dit stukje cultuur bijvoorbeeld bij een plek als Pilori op Place du Marché opsnuiven, waar ze er wel erg professioneel in zijn).

Kaas, worst en complete borrelgarnituren
Naar een onbekende stad verhuizen alwaar je de taal niet spreekt en de mensen niet kent is even wennen, maar  geen lekkere vette borrelhap kunnen ontdekken op de plaatselijke menukaart is gewoon verschrikkelijk. Eén van ons –Nederlandse- kan er na zestien  jaar nog steeds niet aan wennen dat de Waalse medemens niet prat gaat op gefrituurde mini-loempia’s, bergen salami en gouda kaas, nacho’s, stokbrood met kruidenboter en wereldsere aanverwanten zoals olijven, calamari…. Helaas. De meeste kroegen hebben gewoon géén hapjeskaart en komen niet verder dan chips en nootjes. Ze kennen daarentegen meestal wel een redelijke dagkaart (broodjes, soepen, tosti’s, pasta’s), maar das niet hetzelfde!

Gelukkig maar dat Luik een paar hele goeie échte Spaanse tapasbars kent (Chez Sam, La Bodega…), waardoor de snacktrek tijdens een drankje toch meer dan 100% bevredigd wordt. Daarnaast constateren we heel voorzichtig dat de wat hippere kroegen na eeuwen nu ook langzaam overstag gaan en wat te snacken aanbieden. Wordt hopelijk vervolgd…

Dranken en prijzen:
De favoriete drank in Luik is bier. Jupiler natuurlijk, de brouwerij ligt op nog geen vijf auto-minuten van het stadscentrum (voor de fans: als je van Maastricht via de snelweg komt, vlak voor je Luik binnenrijdt aan je linkerkant). Fijn is dat dat bier prima smaakt en qua prijs ook aantrekkelijker is dan bijvoorbeeld in Nederland. De prijs verschilt niet zoveel, een biertje kost 2,30 € in de binnenstad, maar dan heb je wel 0.25cl ipv een ‘Holandais’ zoals een klein biertje van 0.18cl wordt genoemd! Naast bier is ook ‘Peket’ een Luikse jenever, erg populair (voorop op volksfeesten). Je hebt ze in alle kleuren en maten en ze kosten niet zoveel. Wijn is ook wat goedkoper dan in Nederland, maar er zit dan ook meestal wel minder in je glas. Voor koffie en fris hoef je de binnenstad trouwens ook niet te mijden, de prijzen zijn naar Nederlandse begrippen schappelijk.

Na alle feestvreugde bestaat er helaas ook nog zoiets als betalen. Men werkt hier nog met een ouderwets bonnetjessysteem; Er wordt een bonnetje voor iedere consumptieronde, al dan niet voorzien van een kleurrijke waskniijper, op tafel gelegd. Aan het eind van de rit (als je niet per keer moet afrekenen, ook vrij gebruikelijk), telt de dienstdoende ober of serveerster de bonnetjes op en deelt je de schade mee.

Pinnen:
En dan nog iets geks…. In willekeurig welk dorp in Zuidoost Nicaragua kan het bij wijze spreken wel al, maar in heel veel horecagelegenheden –met name kroegen- in het centrum van Luik nog niet: pinnen! Kwestie van even vragen voordat je bestelt of –als je geen cashgeld hebt- achteraf gaan afwassen.
Wat zeker altijd beter cash betaald kan worden, zijn natuurlijk de fooien. De Waalse medemens is er erg makkelijk in: men is erg blij met een fooi, maar het is absoluut geen moetje.